Maes Agnes

Deinze 1942 (+ 2016) http://kristofdeclercq.com/artists/44-agnes-maes

Kunstwerken


Agnes Maes was één van de (vrouwelijke) nestoren van de Belgische schilderkunst. Ze is misschien minder bekend, maar bleef consequent in haar intuïtieve omgaan met beeld en kleur.

Ooit was ze leerlinge van Raveel (op de Academie van Deinze), maar ze nam snel een eigen weg en bouwde zich een eigen stijl op. In het begin hanteerde ze dagdagelijkse thema’s, om halverwege de jaren tachtig Latijnse woorden en getallen in haar schilderijen te integreren. Ze werkte graag in reeksen (de ‘Esse’- en ‘Memoria’-reeksen bijvoorbeeld). Later dook ook het architecturale op, en bouwde ze verwijzingen naar de kunstgeschiedenis in. Maar vooral was en is haar werk een abstraheren van gedachten en beelden, met een sterk kleurgebruik en een los omgaan met het formele.

In 1992 zat Agnes Maes mee in de spraakmakende tentoonstelling ‘Modernism in Painting’ in het toenmalige Oostendse Provinciaal Museum voor Moderne Kunst. Conservator Willy Van den Bussche wou daarmee aantonen dat de schilderkunst in België verre van dood was. De conceptuele kunst voerde toen de hoofdtoon, Van den Bussches tentoonstelling kreeg veel kritiek. Ruim twintig jaar later bleek dat hij niet echt ongelijk had en is de schilderkunst weer prominent aanwezig in de scene.

Dat getuigt ook het recente werk van Agnes Maes. Thematisch vertrok ze van foto’s uit kranten of tijdschriften die ze in een archief bewaarde. Als een beeld mettertijd sterk genoeg bleef, probeerde ze er op doek “iets mee te doen”. Het kon ook een detail zijn uit werk van Vuillard, Morandi of Matisse: het is vooral de intuïtie die haar leidde, en haar gevoel voor kleur.

De beste doeken zijn die waarin een spanning ingebouwd zit in de verhouding tussen kleuren, vlakken en lijnen. In dat recente werk valt vooral een specifieke kleur groen op, dat ze ‘sapgroen’ noemde. “Ik ontdekte die kleur toevallig bij een uitverkoop, en ze beviel me: ik ervaar het als een mengsel van gedempt mos en wiegende sparrentopjes,” vertelde ze in 2013. Met die fraaie omschrijving maakte Maes duidelijk waar het in haar werk om draaide: het zich onttrekken aan de anekdotiek en het opzoeken van spanning en schoonheid, soms met bloedkleuren, soms met lichtvlekken, met het sapgroen als rustpunt. Het is in se existentieel werk, dat evolueert uit herinneringen en mentale landschappen om soms tot pregnante paradoxen te komen.