Wright Cindy

Herentals 1972 http://www.cindywright.org/

Kunstwerken


Het penseel als scalpel.
Het stille humanisme van Cindy Wright

 

'Mensportretten' en 'vleeswerken', onder deze twee noemers vat Cindy Wright haar schilderijen samen. Als jonge kunstenares komt zij de laatste tijd steeds meer op de voorgrond, onder meer door in 2004 de Prijs Burgemeester Camille Huysmans te winnen en door in 2005 geselecteerd te worden voor de prestigieuze prijs 'Jeune peinture belge'.
Cindy Wright heeft zich van bij het begin van haar artistieke loopbaan toegelegd op figuratie. In 1996 studeerde zij af aan de Antwerpse acade­mie in de schilder­klas van Fred Ber­voets, waar zij vooral werkte naar levend model. Naast het model­schilde­ren was zij ook in sterke mate geboeid door het por­tret, en deze interesse voor heeft ze tot van­daag behouden.
Aanvankelijk werkte ze in een sterk expres­sieve en vrij pasteuze stijl, die nogal wat bindingen had met figuren als Lucian Freud en Stanley Spen­cer. Maar van die invloeden valt geen spoor meer te bekennen.
Haar 'mensportretten' zijn grote portretten van ongeveer hetzelfde formaat (170x130cm), waarop de persoon een flink stuk groter verschijnt dan in werkelijkheid. Meestal kijken de geportretteerden recht voor zich uit, met een rustige en eerder vlakke gelaatsuitdrukking, die evenwel een bepaalde intensiteit verraadt. Ze fascineren de kijker door hun imposante nabijheid en nauwgezette detailering. Cindy Wright registreert elke kleine oneffenheid, elke kleurverglijding in de huid, elk puistje, litteken of haarstoppel. Zo wordt de huid als een landschap, waarin de sporen leesbaar zijn van het verleden. De geportretteerde is onmiddellijk herkenbaar en helemaal zijn neutrale zelf, maar hij is tegelijk zijn eigen geschiedenis, en van daaruit ook zijn eigen sterfelijkheid. Tussen zijn verleden en zijn toekomst wordt door Cindy Wright één moment haarscherp vastgelegd, als een getuigenis.
De identiteit van het subject is voor haar van secundair belang. Het kan een persoon zijn die ze heel goed kent, zoals haar vriend (slapend). Of hij kan een bevriend kunstenaar zijn, zoals Luc Tuy­mans, Guillaume Bijl en Jan Fabre. In andere gevallen zijn het geheel anonieme mensen, die zij bij toeval heeft gezien en gefotografeerd, zoals de jongen die wat kwam klussen in haar wo­ning, of een travestiet die zij ontmoet­te in Barcelona, een slapende clochard ergens in een Londense portiek, of de man die op straat poseerde als een levend standbeeld van Ché Guevara.

 

Bij de eerste aanblik is men geneigd een parallel te leggen met de hyper­realistische portretten van Chuck Close. Ook bij deze kunstenaar verschijnt het hoofd sterk vergroot en strak frontaal, maar hier houdt de vergelijking op, want Cindy Wright streeft er niet naar om als Chuck Close de procédés van de kleu­ren­fo­tografie te imiteren, en zij werkt ook niet met airbrush of pixelstructuren. De vrij harde, onderkoelde benadering van de Amerikaanse hyperrealisten is haar vreemd, en haar werk behoudt altijd een picturaal karakter, waarbij de bewegingen van het penseel en ook de verfstructuur duidelijk zichtbaar blijven.
Men kan ook denken aan de portretfo­to's van Thomas Ruff, al rijst dan meteen de vraag in hoeverre men foto's met schilderijen kan (of mag) vergelijken. Thomas Ruff gaat uit van strakke principes: al de mensen die hij fotografeert zijn niet jonger dan 25 en niet ouder dan 35, en behoren dus tot een min of meer onbe­paal­de leeftijdscategorie. Ze zijn niet opval­lend mooi noch opvallend lelijk, ze zien er niet dom uit of intelli­gent, en ze verto­nen weinig of geen aanwij­zingen inzake hun sociale groep. Ze staren ernstig en niets­zeg­gend in de lens, als voor een pas­foto.
Een dusdanige psycho­logi­sche neutraliteit is Cindy Wright's bedoeling niet. Het gaat bij haar integendeel om de expressie van iemands emotionaliteit, intensiteit en levenservaring. Ook laat zij het subject in zekere mate partici­peren in het beeld, bv. door het de kleren te laten kiezen waar hij of zij zich het best in voelt.
Haar schilderijen krijgen in principe de voor­naam van de geportretteerde als titel. Het gebruik van de voor­naam kan een zekere graad van familiariteit suggereren, maar dat is enigszins misleidend. Iemands voornaam wordt gedeeld door duizenden anderen, en klinkt dus zo goed als anoniem. Het gebruik van de voornaam werkt dus ambigu - vriendschappelijk en afstandelijk, naderbij brengend en verwijderend.

 

Een andere reeks werken noemt zij eenvoudigweg 'vleeswerken', en dat is dan ook wat de kijker van nabij te zien krijgt, en soms meer nabij dan hem lief is. Er is in haar oeuvre een fascinatie aanwezig voor het vlese­lijke, ook als dit veroudering en zelfs verrotting impli­ceert. Een fascina­tie die we overigens al kennen van Rembrandt en Soutine (die het opengesne­den karkas van een koe schil­derden), en die zich voortzet in het werk van Damien Hirst, de Chapman-brothers, Marc Quinn, Martin uit den Boogaard en anderen.

 

Cindy Wright fotografeerde half bedorven filet américain, bewerkte deze beelden in de computer, en kwam vanuit dit onder­zoek tot een andere beeldvor­ming. Schoonheid of afschuw is niet de intentie. Het gaat haar om een objectivering van de materie zelf. Het is een puur schilderkunsti­ge benadering (en dus neutralisering) van een object van afkeer. Het beeld kan eventu­eel rauw, brutaal en onesthetisch ogen, maar dit is voor haar louter een bij-effect. De decoratieve dimensie van de schilderkunst interesseert haar niet. Dus kan ook een ongezond uitziende gehaktbal, een kubus van spekreepjes of een close-up van rosbiefvezels een aanvaardbaar thema vormen, zolang zij er haar puur schilderkunstige bekommer­nissen inzake kleurgebruik, penseeltoets en compositie in kwijt kan. Het is bij dit alles zeker niet de bedoeling enig vegata­risch fanatisme te propageren. Haar werk is niet betogend of moraliserend van aard. Hooguit proposeert zij een wel doordachte eerlijkheid ten aanzien van het lichaam en al het vleselijke. Haar werk ontkent het stereotie­pe beeld van het lichaam zoals ons dat dagelijks door de media wordt gepresen­teerd. Zij maakt het geretou­cheer­de en aseptische lichaam van de reclame­we­reld tot een leugen.
Afkeer? Ja, maar met een bepaalde humor. Een weerzin die luchtig wordt. Voor Cindy Wright zullen beurte­lings sympathie en empathie meespe­len, sympathie voor de persoon die zij van meer nabij heeft ontmoet, empa­thie voor de onbeken­de in wiens lot zij zich kan verplaatsen, en bovenal een fascinatie voor de huid en de structuren van het vlees.
Cindy Wright: "Dikwijls hebben mijn beelden te maken met een visuele sterkte die ik herken, gekoppeld aan een inhoud die ons hopelijk iets meedeelt over onze omgeving. Ook is er een constante wisselwerking tussen de werkelijke beelden op de straat en een projectie van elementen uit de beeldcultuur.
En verder is er natuurlijk het weten van de kunstge­schiedenis, de interesse voor het lichaam bij figuren als Freud of Jenny Saville, maar ook in de body art, en bij de fetisjisten en performance­kunste­naars. De inspiratie komt voort uit een mix van dit alles. Het is is een reflectie of een absorberen, een reageren, een ageren, een aftas­ten, een onderzoeken van je omgeving."

 

Paul Ilegems