Lecompte Wannes

1979 http://www.wanneslecompte.com/

Kunstwerken


Voor Wannes Lecompte is schilderen een heel fysieke aangelegenheid en dan spreek ik niet alleen over de daad, het doen, maar zeker ook over de materie: het doek, de verf, het penseel. Het is het fysieke in de zin van het tastbare, het voelen, het zintuiglijke. En ook over die zintuiglijke elementen denkt hij na, reflecteert hij en experimenteert hij. 

Een bepaalde periode liet hij het toevalselement sterk meespelen in zijn werk, zij het steeds onderworpen aan regels, regels die hij zichzelf oplegde. Zo maakte hij een reeks schilderijen door er eerst in verf gedoopte steentjes naartoe te werpen. De steentjes lieten sporen na op het doek en die sporen werden dan de aanzet voor het schilderij.

Ook heeft hij ooit de normale gang van zaken omgekeerd. Je brengt met het penseel verf aan op het doek, daarvoor neem je het penseel ter hand. Niet dus. Hij steekt het penseel, of de penselen, in de muur en neemt het doek ter hand. Dergelijke experimenten kunnen misschien overkomen als onzinnige Spielerei maar zijn toch wel belangrijk en kunnen sleutelmomenten zijn in de loopbaan van een zoekende kunstenaar. Het gaat immers om fundamentele vragen, vragen die zovele kunstenaars, schilders, vóór hem ook hebben gesteld. Denken we aan Kasimir Malevich en het beroemde Zwarte vierkant of aan Niele Toroni met zijn Afdrukken van een kwast nr. 50, herhaald op regelmatige afstanden van 30 cm, ook zij stelden zich de vraag naar het wezenlijke van het schilderij en het schilderen. Wat doet een van onze grootste nog levende kunstenaars, Raoul De Keyser, anders dan reflecteren over het schilderen? En laat het duidelijk zijn, het is geen vraag die enkel non-figuratieve kunstenaars bezig houdt. 

Wanneer Lecompte nu een schilderij aanzet, besteedt hij veel aandacht aan het lege doek want het lege doek is niet echt leeg. Het draagt al talrijke sporen van handelingen zoals het opspannen op het spieraam. Hij zorgt ervoor dat het doek niet volledig strak gespannen is. Hij werkt tegenwoordig veel op het natuurlijke (eerder donkerkleurige) doek dat hij behandelt met kaoline om te voorkomen dat de olie in de verf anders grote vlekken maakt op het doek. Daarna is er eigenlijk heel veel te zien op het doek. “Ik kijk naar de drager, het doek moet het beeld kunnen verdragen,” zegt Wannes Lecompte. 

Hij speelt graag met woorden en hun betekenis. Het is niet vrijblijvend. “Ik laat me inspireren door de structuur van het weefsel. Het is belangrijk om uw eigen ogen niet zomaar te geloven. Ik zet de tekens op het doek wat sterker aan en dan pas maak ik het schilderij gesteund op de principes van het schilderen (de binding, de gelaagdheid, de dikte van de verf, enz.). Het begin van een schilderij is eigenlijk van secundair belang, het is wat met die opzet gebeurt waar het om gaat. Ik ben veel bezig met het zetten van tussenlagen, lagen die nodig zijn om verder interessante dingen te doen. Ik vergeet ook niet dat ikzelf ook kijker ben. Ik kijk veel meer en veel langer dan vroeger. Ik hou ook meer rekening met droogtijden bijvoorbeeld.”

Wannes Lecompte schildert, overschildert, schildert weg. Zelf zegt hij: “Als je een lijn weg schildert, is dat veel consequenter dan de lijn die er was en die je net hebt weggeschilderd.” Het is iets om op door te denken.

Tekst: Daan Rau