Vanheule Nathalie

Poperinge, 1980 http://www.nathalievanheule.be/

Kunstwerken


Het werk van Nathalie Vanheule schrijft zich in in het postmodernisme en is beladen met een rijke erfenis van Belgisch symbolisme, romantisch elan en Scandinavisch geïnspireerde utopieën. Nathalie Vanheule verkent in haar kunst zowel het picturale als het performatieve: installaties, foto’s, beeldhouwwerken, tekeningen, wallpaintings bewonen haar universum. Daarbij gaat het werk steeds een nauwe relatie aan met de ruimte. Feeërieke representatie van de werkelijkheid en een tragische visie à la Lewis Caroll creëren een spanning die ons tot ver achter de spiegel van de werkelijkheid voert.

Nathalie Vanheule behaalde een diploma in grafisch en 3Ddesign aan Sint Lucas in Gent in 2002 en aan de Academie voor Schone Kunsten in 2004. Al snel ontwikkelde ze een internationale carrière: in 2003 exposeerde ze in Berlijn (E.E.A, Beelitz- Heilstätten), in 2004 in de Gerrit Rietveldacademie van Amsterdam (“Warriors of Beelitz”), soloshows volgden in 2004 in de Vooruit Gent ( Pak mijn Pony), 2007 bij Annie Gentils galerij in Antwerpen (“We fake beauty”) en In-Between gallery Antwerpen ( Does the Unicorn exist?), in 2009 en 2010 in La Générale in Parijs (“I want to be your animal” en dan “Save your smile for the last hour”). Ze nam eveneens deel aan talrijke groepstentoonstellingen, in 2004 in het Smak( Coming People),2005 in het STUK Leuven (Ithaka, eau revoir), in 2007 in de Clustergalerij in Berlijn (“Desolated angels”), eveneens ook op Art Cologne en Pulse NY in 2007, in het Belgisch consulaat van Shanghai in 2009 (“Belle époque”), , in Leeds ( “Floppergangers”) en Maastricht op Fashionclash in 2010.

Vanuit een theatrale aanpak en een symbolische benadering van misverstanden geeft Nathalie Vanheule op pluridisciplinaire wijze uitdrukking aan emoties die haar bekend zijn: twijfel, regressie, agressie, melancholie en de zoektocht naar bescherming. Emoties die zich lenen tot een pathofanische interpretatie van de wereld.
In “Save your smile” gebruikt Nathalie Vanheule alledaags materiaal uit haar directe omgeving. Een menselijke puinhoop wordt getransformeerd in een fragiele allegorie van het menselijk lot. Het schilderij nodigt als “cosa mentale” (mentaal object) de kijker uit om, op Brechtiaanse wijze, de wereld met een kritische te bekijken. Het werk van Nathalie Vanheule gaat over verloren hoop en emotioneel verlies, gedrenkt in een melancholie die doet denken aan de wereld van James Ensor, Böcklin (gelijkaardige thema’s van isolement, bescherming, opsluiting, feest) of Friedrich (terugkeer naar de natuur, verval, ruïne), Het ontmaskert onze onderdrukte en verborgen verlangens en brengt onze intiemste angsten in het publieke daglicht. Door op poëtische en mysterieuze wijze gebruik te maken van heterocliete elementen – plakband, tekeningen, wapens, tranen, ontluikende jonge meisjes, feestelijke kostuums en het bijna alomtegenwoordige zwart, duwt Nathalie Vanheule ons in de positie van voyeur in een preapocalyptisch carnaval. Ze illustreert op haar manier de benadrukkende woorden van Hal Foster: “De apotheose van het onderwerp ligt in de verdwijning ervan.”

Haar performances en ook haar werken hebben beeldende, evocatieve titels: “Kill, Save, Trust, Hurt”, “We will protect you”, of “The search of the eternal language”. Ze speelt met de kracht van de taal. Zwarte plakband vervangt tranen of woorden, alsof alles al eens gezegd is geweest en woorden het lijden niet kunnen verlichten. We denken soms aan het werk van Matias Faldbakken, een kunstenaar uit de Scandinavische scène die individuele verzuchtingen en collectieve utopieën verenigt in sombere picturale poëzie, aan de plastische teksten van Peter Downsbrough, of aan het conceptuele classicisme van Steven Parrino. Aan de werken van Banks Violette – die de fantasieën van een verloren en gedesillusioneerde jeugd in scène brengt en sublimeert – of het monochrome universum van Terence Koh waarin een gothisch vocabularium en een doom iconografie raken aan een bijna Winckelmanniaanse perfectie. Maar bij Vanheule vindt de climax hier en nu plaats. Onze angsten, te lang onderdrukt en verdrongen, slaan als een zweep terug. Kinderlijke en illusoire gebaren en mimiek worden nihilistisch en beangstigend.

In een soort van “pathetische wedergeboorte” nodigt Vanheule ons uit om de wereld op een empathische manier her uit te vinden, via een esthetica die zowel dionysisch als, door het fragmentarische en emotionele karakter ervan, Barthesiaans aandoet. Haar werk, achter het masker en het vertoon, kondigt de onafwendbare val, de Grote Ramp aan. Zoals bij een uit de hand lopend carnaval en door veelvuldige kunstgrepen (monochrome kostuums en cotillons, gothisch decor en verwijzingen naar de psychoanalyse), onderhandelt Nathalie Vanheule met de afwezigheid.